Marleen
47 jaar, Mind Body programma-ontwikkelaar
Klachten: Rugpijn, hernia’s en zenuwpijnen
Ik was 19.
Net op kamers in een studentenhuis. Het was mijn beurt om te koken voor iedereen. Ik sprong op de fiets en sjeesde de heuvel af, in volle vaart richting de supermarkt. Daar aangekomen tilde ik mijn stuur op om de stoep op te komen. En toen gebeurde het…. Het schoot in mijn rug. Niet een beetje. Maar zó erg dat ik dacht: dit is fout. Dit is echt fout. Ik wist zeker: mijn rug was kapot. Na een paar dagen warm houden en voorzichtig bewegen trok het weg. Ik haalde opgelucht adem. Maar vanaf dat moment bleef mijn rug een zwakke plek. Het schoot er steeds vaker in. De pijn werd heviger. Soms voelde het alsof er elektrische schokken door mijn lijf schoten, van onder in mijn rug omhoog. Zenuwpijn die je de adem beneemt. De aanvallen werden niet alleen erger, maar ook langer. Tot het niet meer overging.
Leven met pijn
Het duurde 18 jaar. 18 jaar waarin ik telkens weer hoopte dat dit ‘de laatste keer’ was. 18 jaar waarin ik van alles probeerde om mijn lijf te repareren. Fysiotherapie. Manuele therapie. Acupunctuur. Chiropractie. Een beroemde “rugdokter” in Den Haag. Fitness om mijn buik- en rugspieren te versterken. Veel wandelen. Altijd warm blijven. Ik deed wat me werd verteld. Braaf. Volhouden en doorzetten. Maar mijn rug bleef pijn doen.
De laatste zes jaar waren het ergst. Toen had ik altijd hernia’s en helse zenuwpijnen. Ik was in de dertig, maar leefde als een oude, vaak eenzame vrouw. Avondjes uit, vrijgezellenfeesten, sporten, dansen; het ging vaak niet. Of ik ging wel, maar betaalde daarna de prijs. Soms had ik zóveel pijn dat ik me terugtrok. Ik wilde geen spelbreker zijn. Ik wilde niet dat mensen me zielig vonden. Dus glimlachte ik en deed ik mijn best. Op mijn werk wist bijna niemand hoe slecht het met me ging.
Ik kan niets meer voor je doen
Het dieptepunt kwam bij de laatste therapeut. Hij keek me aan en zei: “Het spijt me… ik kan niets meer voor je doen.” Dat was het. Geen nieuwe oefening. Geen nieuw plan. Geen volgende stap. Ik liep naar buiten en voelde iets wat nog erger was dan pijn: wanhoop en machteloosheid.
Maar onder die wanhoop zat ook iets anders. Een soort koppig weten. Een stemmetje dat zei: dit kan het niet zijn. Dit-kan-niet-mijn-leven-zijn!! Ik was opgegroeid met het idee dat klachten niet altijd alleen lichamelijk zijn. De boekentip die ik toen kreeg, bevestigde dat. Het was een boek van dr. John E. Sarno. Ik begon te lezen… en alles in mij zei: Dit is het. Het was alsof iemand eindelijk mijn verhaal vertelde. Alsof iemand beschreef wat ik al die jaren voelde, maar nooit had kunnen uitleggen.
Wat ik had weggestopt
Ik hoefde niet lang te zoeken naar wat ik had weggeduwd. Ik had dingen meegemaakt in mijn kindertijd waarvan ik altijd had geweten: hier zit nog een hoop verdriet, boosheid en angst. Dingen waar destijds geen ruimte voor was geweest. Die ik netjes had opgeborgen. Heel diep.
Met het boek als gids begon ik te schrijven. Niet mooi. Niet netjes. Maar rauw. Ik kraste pagina’s vol. Alles wat ik ooit had ingeslikt en had weggestopt kwam eruit. Ik liet mijn gedachten teruggaan naar die tijd. Ik zag situaties weer voor me. En door de emoties toe te laten brak het open. Ik huilde. Ik schreeuwde op papier. Ik voelde dingen die ik jaren niet had durven voelen. Ik deed dit bijna twee weken lang. Elke dag. Na tweeënhalve week gebeurde iets wat ik niet voor mogelijk had gehouden: De pijn was weg. Niet minder.Maar écht weg. Dat was in 2015. Tot op de dag van vandaag is de pijn nooit meer teruggekomen.
Een anders leven
Sindsdien heb ik niet alleen geen pijn meer, maar ik heb ook mezelf beter leren kennen. Ik heb meer oude pijn, stress en trauma aangekeken en losgelaten. Steeds weer merkte ik: mijn lichaam reageert op wat mijn hoofd niet aandurft.
Dat werd mijn werk. Ik ben me gaan verdiepen. Ik las boeken en wetenschappelijke artikelen. Ik sprak met artsen. Ik onderzocht heel veel verschillende methodieken en bracht dit samen. Van daaruit ontwikkelde ik programma’s om andere mensen te helpen die vastzitten in stress, chronische pijn en (familie)trauma.
Mijn boodschap aan de gezondheidszorg:
Wat mij het meest gefrustreerd heeft, is dat niemand ooit heeft gesuggereerd dat mijn brein de veroorzaker zou kunnen zijn van de pijn. Geen huisarts. Geen specialist. Geen therapeut. Ik had gewild dat er eerder iemand had gezegd: ‘Je lichaam is niet stuk. Laten we eens kijken naar wat jij hebt meegemaakt in het verleden.’
Mijn grote wens is dat de zorg haar blik verruimt. Dat artsen en therapeuten hun aangeleerde zekerheden durven loslaten en open gaan staan voor samenwerken. Want dit is geen óf-óf verhaal. Het is én-én. We hebben elkaar nodig. En er zijn zó veel mensen zoals ik, die niet kapot zijn, maar herstellen door op een andere manier het probleem te benaderen.