Nicolette
54 jaar, auteur en lichaamsgericht traumatherapeut
Klachten: depressie, complexe PTSS
Zo’n zeven jaar geleden kwam mijn leven vrijwel tot stilstand. Na een lange en intensieve periode
waarin mijn zoon ernstig ziek was geweest, raakte ik lichamelijk en mentaal volledig uitgeput. Mijn hoofd werkte niet meer, mijn lichaam stond voortdurend onder spanning en ik voelde me leeg, doodmoe en afgesneden van mezelf. Werken, sociale contacten en gewone dagelijkse dingen werden te veel. Ik kreeg de diagnose ernstige depressie en PTSS, gekoppeld aan de medische gebeurtenissen rondom mijn zoon. Dat verklaarde een deel, maar voor mijn gevoel was dat niet het hele verhaal. In de jaren daarna kreeg ik verschillende behandelingen en medicatie, maar de wezenlijke verandering bleef uit. Achteraf zie ik dat ik vooral probeerde mijn klachten kwijt te raken en weer te worden wie ik vóór mijn uitval was.
Het keerpunt
Het keerpunt kwam toen ik mijn blik verbreedde naar mijn hele geschiedenis. Ik begon te begrijpen dat de ziekte van mijn zoon niet alleen enorm belastend was geweest, maar ook een veel oudere laag in mij had geraakt. In mijn jeugd was weinig ruimte voor emoties. Gevoelens werden genegeerd, weggewuifd, weggepraat of niet erkend. Vanaf het prille begin was er weinig gevoel van veiligheid en geborgenheid. Tegelijkertijd leek het belangrijk te voldoen aan een bepaald plaatje voor de buitenwereld: dat het goed ging, dat alles klopte en dat je deed wat er van je werd verwacht. Maar het meisje achter dat plaatje werd emotioneel niet gezien. Ik leerde niet om met verdriet, angst of boosheid naar iemand toe te gaan en daarin steun of troost te ervaren. Ik leerde sterk te zijn, door te gaan, me aan te passen, onzichtbaar te zijn en goed te functioneren.
Die manier nam ik mee mijn volwassen leven in. Ik kon veel dragen, verantwoordelijkheid nemen, problemen oplossen en voor anderen zorgen. Ik hield graag controle, deed veel zelf en nam niet gemakkelijk ruimte in. Naar buiten toe functioneerde ik prima. Vanbinnen merkte ik vaak pas laat hoeveel spanning zich had opgebouwd en hoe negatief mijn zelfbeeld was. Maar met die binnenwereld kon ik niets.
Tijdens de ziekte van mijn zoon gingen juist die oude beschermingsmechanismen maximaal aan: zorgen, regelen, alert zijn, controle houden en doorgaan. Er was de enorme angst om hem, maar daaronder werd ook iets ouds geraakt: sterk moeten blijven, alles alleen doen en weinig ruimte hebben voor wat het met míj deed. Tot doorgaan letterlijk niet meer kon.
De rol van verdrongen emoties
Vanaf dat moment veranderde mijn vraag. Niet langer alleen: Hoe kom ik van mijn klachten af? Maar: Wat gebeurt er in mij? Welke emotie wordt geraakt? En waarom is mijn reactie, gezien mijn geschiedenis, zo logisch? Ik ontdekte hoeveel gevoelens ik nauwelijks had toegelaten: verdriet om wat ik had gemist, angst en onveiligheid, boosheid over grenzen en vooral over wat er niet was geweest. Ook zag ik hoe mijn identiteit onvoldoende tot ontwikkeling was gekomen. Daaronder lag een diep verlangen naar geborgenheid, geliefd worden, erkenning en verbinding.
Vooral boosheid was een emotie waar ik moeilijk bij kon. Ik ging eerder begrijpen, verklaren of relativeren. Bij verdriet schoot ik in de doe-stand en bij angst zocht ik controle. Ik begon te zien dat dit geen bewuste keuzes waren, maar oude instinctieve manieren om mezelf veilig en staande te houden. Ik was in mijn hoofd gaan wonen en vloog het leven vooral cognitief aan.
Mijn lichaam werd een belangrijk onderdeel van mijn herstel. Ik ging opmerken wat er lichamelijk gebeurde: spanning, onrust, versnellen, de neiging om meteen iets te regelen of op te lossen. Ik leerde vertragen en bij een gevoel te blijven zonder dat het direct weg hoefde. Soms kwam er verdriet, angst of boosheid, soms vooral het gevoel dat ik alles alleen moest dragen. Door emoties niet meer automatisch weg te drukken, merkte ik dat ze ook weer konden zakken. Boosheid kon mij vertellen dat een grens werd geraakt. Angst betekende niet automatisch dat er nú gevaar was. Verdriet hoefde niet opgelost te worden. En behoefte aan steun bleek geen zwakte.
Het met nieuwsgierigheid en mildheid verkennen van mijn eigen systeem werd misschien wel het meest waardevol. Voor mij is dat geen cognitieve techniek, maar eerder een zachte beweging. Precies de houding die ik in mijn kindertijd zo had gemist.
Hoe het nu gaat
Ook nu word ik nog wel eens getriggerd. Het verschil is dat ik mijn lichaamssensaties inmiddels goed ken. Ik merk sneller op wat er gebeurt en vraag mezelf: Wat raakt mij hier? Wat heb ik nodig? Dat probeer ik mezelf van binnenuit te bieden. De buitenwereld bepaalt niet langer mijn gevoel en gedrag, maar mijn innerlijke balans is mijn kompas geworden. Ik ben diepgaand hersteld. Dat betekent niet dat ik nooit meer spanning voel, maar wel dat ik veel eerder begrijp wat er gebeurt. Ik voel mijn grenzen, herken mijn behoeften en verlies mezelf zelden nog in oude patronen. Er is meer rust, regie, mildheid en vooral levensenergie.
Mijn boodschap aan de gezondheidszorg:
Kijk verder dan klacht, symptoom of diagnose. Vraag niet alleen: Waar heb je last van? Maar ook: Wat draag je met je mee? Welke gevoelens kregen vroeger geen ruimte? En wat gebeurt er wanneer iets ouds wordt geraakt?
Tijdens mijn zoektocht had ik gewild dat iemand eerder de samenhang had gezien tussen mijn geschiedenis, gedrag, emoties, lichaam en klachten. Dat mijn reacties niet vreemd waren, maar begrijpelijke beschermingsreacties en dat ik niet had geleerd om gebalanceerd met het leven om te gaan.
Mijn herstel begon bij begrijpen waarom ik geworden was zoals ik was en ruimte maken voor wat lang geen plek had: mijn emoties, verbinding met mezelf en het herontdekken van wie ik ben. Van daaruit leerde ik mezelf beter dragen bij emotionele overspoeling. Eigenlijk: mezelf van binnen herontdekken en heropvoeden. Juist daar begon mijn echte herstel.